Home
Sinds 1997 ervaring in de uitvaartverzorging in Flevoland
Artikelen over balsemen

Artikelen

Balsemen bij weefsel/orgaan donatie.
Door Els Jager MBIE, MEAE.

Naar mate het balsemen toeneemt, neemt ook de kans toe dat je als balsemer een overledene zult tegenkomen die organen en/of weefsel heeft afgestaan t.b.v. transplantatie.
Vanuit de ziekenhuizen wordt een patiënt die donor is met grote zorgvuldigheid behandeld. Vaak worden er ook geen mortuariumkosten in rekening gebracht, een gebaar van dankbaarheid naar de nabestaanden toe, wat ook gewaardeerd wordt. Diezelfde zorgvuldigheid moeten wij als uitvaartprofessionals ook hanteren. Iemand die donor is heeft er recht op dat zijn/haar nabestaanden nog steeds op een normale manier afscheid kunnen nemen, en de overledene dus nog kunnen zien.
Voor de balsemer kan een lichaam waar weefsel- of orgaandonatie plaats gevonden heeft problemen opleveren. Uiteindelijk zijn wij verantwoordelijk voor de toonbaarheid van de overledene.
Het is daarom van groot belang dat de balseming zo goed mogelijk en volledig mogelijk gebeurt. Doordat bloedvaten beschadigd zijn of weggesneden voor de donatie is een gewone balseming niet voldoende. Dit vergt een diepere kennis van het vatenstelsel en de anatomie in het algemeen om te bepalen hoe je de beste circulatie bereikt van het lichaam.
De factor tijd is daarbij cruciaal. Om tot een goed resultaat te komen heb je tijd nodig om rustig en met oog voor de details te kunnen werken. Het gebruik van onderhuidse injectie en gels met formaldehyde zijn extra middelen om het doel te bereiken. Soms is het nodig om op de snijvlakken de haarvaten te cauteriseren (dicht schroeien met een pen).
Als er geen geschikte bloedvaten te vinden zijn voor het rechtstreeks injecteren is een onderhuidse injectie met balsemvloeistof een optie, hiermee injecteer je in de weefsels de preserverende vloeistof (arteriële balsemvloeistof), en in combinatie met een gel zorgt dit voor goed behandeld gebied. Verder is de behandeling zoals bij een obductie de richtlijn die je moet volgen.


Bij donatie van de huid, is de situatie nog wat complexer. Het vraagt om tijd, om geduld. Het voorbehandelen van de plekken waar huid weggehaald is, is noodzakelijk. Deze gedoneerde huid wordt gebruikt om patiënten met brandwonden te behandelen, of voor de reconstructies bij patiënten met huidkanker, grote buikhernia’s of borstkanker. Het vermindert de pijn en voorkomt grote littekens. Het wordt in een heel dunne laag afgenomen. Maar soms kan ook een wat dikkere laag worden afgenomen, die kan worden bewerkt en gebruikt voor mensen met hele diepe brandwonden. Huid groeit meestal niet aan als eigen huid. Maar na een speciale bewerking kan dat soms wel. Huid komt van de rug, flanken en achterkant van de benen.
Er zijn twee mogelijkheden bij huiddonatie, een dunne of een dikkere laag van de huid wordt verwijderd door middel van dermatome (soort kaasschaaf).
Als de toplaag van de huid is verwijderd blijft op de overledene de vetlaag zichtbaar, deze kan snel uitdrogen en verkleuren. Wordt een dikkere laag verwijderd dan liggen de spieren in het zicht, en ook al lijkt dit moeilijker, in feite is dit makkelijker te behandelen dan een intacte vetlaag. De vetlaag houdt vocht vast en is daardoor moeilijker om droog en behandelbaar te krijgen.
De voorbehandeling kan bestaan aan het aanbrengen van een laag gel met formaldehyde en dit vervolgens af te dekken met wat huishoudfolie, om te voorkomen dat je zelf onnodig veel wordt blootgesteld aan de chemicaliën. Soms is het nodig om de gel te versterken met extra scheutje onverdunde hoge index vloeistof om een soort “super-gel” te maken. Deze gel breng je aan met een kwastje. Daarna weer afdekken.
Vervolgens ga je verder met de behandeling van het gehele lichaam. Als er ook botten of organen zijn verwijderd is het belangrijk die plekken extra aandacht te geven. Alle plekken kunnen als dat wenselijk is, met de “super-gel” behandeld worden en bij het afronden van de behandeling moet je alle plekken controleren. Als de weefsels mooi droog zijn kun je volstaan met een wondverband, of bij zichtbare plekken een waslaag en camouflerende make-up al dan niet met air brush technieken op kleur gebracht.
Zijn de weefsels nog niet mooi droog, dan kun je een vers verband aanbrengen met de gel en dit luchtdicht verbinden met bijvoorbeeld huishoudfolie. Als het echter een zichtbare plek is, dan zal je toch de tijd moeten nemen zodat deze plek ook goed droog kan worden.
Het gebruik van een overall waar de kleding van de overledene weer overheen aan gedaan wordt, strekt tot de aanbeveling omdat het eventueel vochtverlies kan opvangen en het voorkomt dat vocht in de kleding kan trekken. Soms worden er absorberende korrels (al dan niet met formaldehyde) in de overall gestrooid voor extra zekerheid. Het is, voor het goed verbinden van de plekken waar de huiddonatie heeft plaatsgevonden, belangrijk dat je dit met twee personen doet, waarbij 1 persoon de overledene in positie houdt en de ander de behandelde plekken goed strak inpakt.


De overleden patiënt die donor is geworden, verdiend het dat wij al onze tijd en kennis inzetten om tot een zo goed mogelijk en toonbaar resultaat te komen. Zij hebben met hun donatie een stukje leven doorgegeven. Wij kunnen hun nabestaanden verder helpen met hun leven zonder hun dierbare. Door een goede rouwverwerking met een toonbare overledene waar afscheid van kan worden genomen. Het is belangrijk om dit in je achterhoofd te houden als je bezig bent. Neem de tijd, zij zijn het waard!

Met collegiale groet, Els Jager MBIE. MEAE.


Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan de Nederlandse Transplantatie Stichting.



© 2018 - Jager Overledenenverzorging | Realisatie: Sybit - Software op Maat